Nat pak, nog meer spinnen en veel gereis!

Georgetown, de hoofdstad van het eiland Penang, een plaats met veel auto’s, hitte en koloniale gebouwen en dus veel geschiedenis. In de 16e eeuw werd de plaats overgedragen aan de Engelsen en Sir Francis Light stichtte de stad Georgetown. Dit is goed te zien aan de koloniale stempel die de Engelsen op deze stad hebben gedrukt. Tijdens een wandeling op een niet erg handig tijdstip (14u smiddags, oftewel de zon recht boven je) hebben we veel gebouwen kunnen bezichtigen. Tegenwoordig doen ze niet meer dienst als een brandweerkazerne, stadhuis of politiebureau, maar zijn er winkeltjes in gevestigd. Jammer, want hierdoor kon je er eigenlijk alleen maar langslopen en niet een kijkje binnen nemen. Wel konden we ‘Fort Cornwallis’ bekijken en werden we verwelkomt door een Maleisische man in een oud Engelse outfit. Je weet wel, de witte broeken, zwarte laarzen, rood jasje met gouden knopen en een zwarte hoed op zijn hoofd. Erg vreemd om een zwetende Maleisische man in deze outfit te zien kan ik je vertellen. In Fort Cornwallis wordt de hele geschiedenis van Georgetown verteld. Hier en daar zie je nog een glimp van de vroegere sfeer, maar het is moeilijk om je in te leven hoe het er vroeger uit moet hebben gezien.

Om wat verkoeling te krijgen hebben we een trip naar de haven gemaakt, waar tot onze verrassing een klein dorpje bleek te zijn. De mensen leven hier in toch wel redelijk grote huizen, gewoon boven de zee. Er is een klein netwerkje van onoverzichtelijke gangetjes die je steeds weer naar de “doorgaande weg” leiden (lees: een weg van vier houten planken breed en ongeveer 200 meter lang).

Na Georgetown werden we in alle vroegte opgehaald om richting Perhentian island te gaan. We hadden ons hier veel van voorgesteld en het lag ook in de planning om wat langer te blijven. Na een lange en niet echt comfortabele reis kwamen we aan. Nog enigszins misselijk van de rit, konden we 20 minuten na aankomst in Kuala Besut in de Jetty en werden we met volle vaart riching Pulau Perhentian kecil gebracht. Onze eerste blik op het eiland beloofde veel goeds! Palmbomen, relaxte chalets langs het strand. Zon, veel jungle op de achtergrond, mooi helder water, witte stranden. Helemaal het plaatje wat je normaal in de gisden ziet staan, prachtig! We vonden een plaatsje bij Maya Chalets. Blij, moe en bezweet kwamen we in onze kamer en daar was de eerste verrassing...geen electriciteit overdag! De enige verkoeling die we konden pakken was in het water, dus binnen een paar tellen stonden we waterproof op het strand. Wat een genot om even te genieten van koel water. Het strand waar we zaten heette Coral Bay en we kwamen er ook al snel achter waarom..wanneer je het water inliep stapte je overal op dood koraal! Maar aangezien dat dat het enige was, mogen we niet klagen! Echt een heerlijke dag gehad en ook even naar de andere kant van het eiland gelopen. Om daar te komen, moest je een wandeling van 10 minuten door de jungle maken. Op hoofdhoogte hingen gigantische webben van gigantische spinnen. Nooit geweten dat die beesten zo groot kunnen worden. Zoals ik laatst vertelde dat ik zo blij was dat we nog maar een zo’n grote spin hadden gezien, nou ik wou dat ik mijn mond had gehouden! Ook liepen hier grote lizzards rond, ongeveer anderhalve meter, maar volgens de lokale bevolking waren ze niet gevaarlijk. Een heeft me nog wel ontzettend laten schrikken door met veel lawaai en snelheid zich te verstoppen, maar besides dat, geen lizzard gezien. Wel ’s avonds nog getrakteerd op een bezoekje van een spin in ons bed. Deze heeft het daglicht niet meer gezien..

Uiteindelijk zijn we 1 nacht op Perhentian Kecil geweest. Doordag er overdag geen electriciteit is, blaast de fan alleen maar warme lucht op je. Dus in plaats van wat verkoeling krijg je warme lucht over je heen. Weer een nacht ontzettend slecht geslapen dus ik was de volgende dag een beetje chagerijnig en wilde wel graag weg. Achteraf wel spijt en willen we misschien nog wel een keertje terug, maar dan naar het grote eiland. In ieder geval, op de weg terug weer wat beleefd hoor. Het tochtje in de boot was heerlijk en we hebben nog even gekletst met Nederlanders die een paar weken op vakantie waren. De wind die de boot veroorzaakte door de snelheid was heerlijk en binnen 15 minuten waren we weer aan het vaste land. Onze ‘kapitein’ wilde even de macho uithangen en dacht dat hij wel even met twee backpacks op de kant kon komen. Zo stapte hij vol overtuiging op de eerste trede en in slow motion zag ik hem achteruitvallen..eerst hoopte ik nog dat hij terug in de boot kon stappen, maar nee...binnen een seconde lagen hij en de backpacks in het water! Het was allemaal heel lollig geweest, ware het niet dat het onze backpacks waren die hij op zijn rug had! De enige voldaanheid die we hieruit haalden was dat hij ook in het water was gevallen, voor de rest waren we niet erg blij! Daar, op de pier heeft Derwin zijn hele tas uitgepakt en alles laten drogen in de zon. Ik dacht dat het bij mij wel meeviel, omdat de binnenkant neit nat voelde en zei nog dat ik mazzel had! Totdat we na een lange busreis aankwamen in Kuala Terrenganu. In het hotel kwam ik erachter dat mijn kleren ook zeiknat waren geworden. Alleen wat ik aanhad was nog ‘schoon’.

Op dit moment zitten we in Kuala Tahan. Dit is in een nationaal park, genaamd Taman Negara. Gisteren hebben we een nachttrip gemaakt in de 4x4 auto. We hebben een aantal grote ‘katten’ gezien, een paar beesten die ze ‘kind of a fox’ noemden, grappige vogels een uil en een slang! We hadden graag nog een python gezien of een paar apen, maar helaas. Alleen in het regenseizoen zie je heel veel dieren. Nu is het te droog en komen de dieren blijkbaar niet heel veel tevoorschijn. Toch erg leuk om mee te maken en die slang was toch wel eng hoor! De gids kwam nog even langs en zou hem in de auto zetten, na veel geschreeuw en protesten heeft hij dat toch maar niet gedaan, verstandig..panische vrouwen wil je niet achterin je auto hebben geloof ik!

Morgen gaan we de ‘canopywalk’ doen. Dit is een hele lange route die je kunt maken over een hele smalle brug hoog boven de grond. Het hoogste punt is 45 meter (komt goed hoor pap).

Na Taman Negara gaan we naar Pulau Tioman om te duiken, snorkelen en weer wat tijd verdoen op het strand.

Liefs, 


P.S. De foto's houden jullie tegoed, vorige keer was alles verdwenen, dus waneer het kaartje vol is zullen we wat uploaden!

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer